Bij het intekenen van percelen in ‘Mijn percelen’ moet je niet alleen naar de topografische grenzen kijken, maar ook naar de kadastrale grens. Dit voorkomt problemen.
In ‘Mijn percelen’ zijn de topografische grenzen gebaseerd op de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Vaak ligt de topografische grens ook op de kadastrale grens. Echter, dit is niet altijd het geval: dit speelt met name bij aangrenzende bermen of schouwpaden, die je wellicht wel (deels) gebruikt. Soms mag je hierdoor een deel van het perceel niet meetellen als je niet de eigenaar of pachter bent van dit deel. Ook bij sloten kan dit spelen.
Voor het GLB heb je, naast het feitelijke gebruik van de grond, ook ‘toestemming voor gebruik’ nodig. Dit kan bijvoorbeeld een mondelinge afspraak zijn. Echter, bij controle kan RVO vragen om een schriftelijke toestemming van de eigenaar. Deze moet je op aanvraag kunnen overleggen.
Heb je voor het deel van het perceel dat niet jouw eigendom is geen toestemming van de eigenaar op schrift? Of verwacht je die niet te kunnen krijgen? Dan is het advies om dit deel in ‘Mijn percelen’ af te knippen op de kadastrale grens. Het afgeknipte deel geef je niet op bij de GO.
Het komt in de praktijk nogal eens voor dat je bijvoorbeeld delen van bermen of schouwpaden ‘al jaren in gebruik’ hebt en dat de eigenaar (overheid) hier geen bezwaar tegen heeft. Echter, deze ‘overheden’ zullen niet snel een toestemming ‘op papier’ geven. Dat kan tot problemen leiden als RVO om een schriftelijke toestemming vraagt.
Ligt een deel van jouw perceel buiten de kadastrale eigendomsgrens? Geef dit deel niet op als je geen toestemming op schrift hebt of kunt krijgen.