8 januari 2026

Box 3 in 2026: percentages, vrijstellingen en bedragen

De (voorlopige) forfaitaire rendementspercentages, het heffingsvrije vermogen en diverse andere bedragen voor box 3 in 2026 zijn vastgesteld. Met welke uitgangspunten moet je in 2026 rekening houden?

Forfaitaire rendementspercentages

De box 3-heffing is in 2026 nog gebaseerd op inkomen uit jouw vermogen gebaseerd op forfaitaire rendementspercentages. Deze (voorlopige) percentages zijn eind 2025 bekendgemaakt:

Categorie

Forfaitair rendementspercentage

Bank- en spaartegoeden1,28% (voorlopig)
Schulden2,70% (voorlopig)
Overige bezittingen6,00% (definitief)


Let op!

De percentages voor bank- en spaartegoeden en voor schulden worden pas begin 2027 definitief vastgesteld. De Belastingdienst houdt in 2026 bij het opleggen van de voorlopige aanslag IB 2026 rekening met de hierboven genoemde voorlopige percentages.

De categorie overige bezittingen omvat alles wat geen bank- of spaartegoed of een schuld is. Daarbij moet je denken aan beleggingen, aandelen, obligaties en vorderingen. Het percentage voor overige bezittingen is wel al definitief en bedraagt 6%.

Lager werkelijk rendement

Als jouw werkelijke rendement in 2026 lager is dan het forfaitaire rendement, kun je ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over jouw werkelijke rendement.

Let op!

Houd er wel rekening mee dat het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarbij tellen bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen van onroerend goed en beleggingen ook mee, ook als je deze nog niet te gelde heeft gemaakt.

Hoger heffingsvrij vermogen

Het heffingsvrije vermogen is in 2026 hoger dan in 2025. Bedroeg dit in 2025 nog € 57.684, in 2026 komt het heffingsvrije vermogen uit op € 59.357. Dit heffingsvrije vermogen geldt per belastingplichtige. Heb je een fiscale partner, dan bedraagt het heffingsvrije vermogen gezamenlijk het dubbele (€ 118.714 in 2026).

Andere bedragen

Ook andere bedragen in box 3 zijn met ingang van 2026 gewijzigd. Zo is de vrijstelling contant geld verhoogd van € 661 in 2025 naar € 672 in 2026. Dit bedrag geldt per belastingplichtige. Met een fiscale partner bedraagt in 2026 de vrijstelling gezamenlijk het dubbele, namelijk € 1.344.

Heb je schulden, dan mag je in box 3 alleen rekening houden met deze schulden voor zover ze hoger zijn dan de zogenaamde schuldendrempel. Deze schuldendrempel bedraagt in 2026 net als in 2025 € 3.800 per belastingplichtige en € 7.600 voor fiscale partners gezamenlijk.

Heb je groene beleggingen? De vrijstelling bedraagt in 2026 € 26.715 (2025: € 26.312). Heb je een fiscale partner dan bedraagt de vrijstelling € 53.430 voor jou gezamenlijk (2025: € 52.624). Houd er rekening mee dat de vrijstelling in 2027 nog maar € 200 (€ 400 voor fiscale partners gezamenlijk) bedraagt en per 2028 wordt afgeschaft.

Tip!

Je hebt in 2026 en 2027 ook recht op een heffingskorting van 0,1% voor jouw groene beleggingen. Deze heffingskorting wordt in 2028 ook afgeschaft.

Tarief

Het tarief in box 3 is in 2026 net als in 2025 36%.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Lagere accijnskorting op brandstof in 2026
De Tweede Kamer wil dat de accijnskorting op fossiele brandstoffen in 2026 verder omlaag gaat. Hierdoor zul je aan de pomp waarschijnlijk meer kwijt zijn.
Lees verder
arrow right
Controleer de beschikking Whk 2026 zorgvuldig
De beschikkingen voor de Werkhervattingskas (Whk) worden binnenkort weer verstuurd. Controleer de beschikking Whk 2026 zorgvuldig om te voorkomen dat je te veel of juist te weinig premie betaalt.
Lees verder
arrow right
Stikstofdispositieruimte aangemerkt als zelfstandig bedrijfsmiddel: HIR onder voorwaarden mogelijk
De Belastingdienst heeft een standpunt gepubliceerd over stikstofdispositieruimte. Daarbij wordt ingegaan op de vraag of hierop kan worden afgeschreven en of het vormen van een herinvesteringsreserve (HIR) mogelijk is.
Lees verder
arrow right