Omnyacc

24 april 2026

Gebruikelijk loon dga moet goed onderbouwd zijn

Een dga met minimaal 5% van de aandelen die werkzaamheden verricht voor de bv, moet een gebruikelijk loon hanteren. Dit loon mag gebaseerd zijn op een vergelijkbare dienstbetrekking, mits de dga dit aannemelijk kan maken.

Hoogte gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon wordt in 2026 gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in de bv of verbonden bv’s, of € 58.000.

Ook lager?

Het is mogelijk om het gebruikelijk loon lager vast te stellen als aannemelijk is dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het hoogste van deze drie bedragen. De belastingplichtige moet het aannemelijk kunnen maken, als hij bepleit dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het wettelijk bepaalde.

Aanmerkelijk belang telt niet mee

Daarnaast is bepaald dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking niet vastgesteld mag worden op het loon van een werknemer die zelf een aanmerkelijk belang in de bv bezit. Voor het bepalen van de werknemer met het hoogste loon, is het bezit van een aanmerkelijk belang echter niet relevant.

Dga slaagt niet in bewijslast

In een zaak die speelde bij Rechtbank Den Haag slaagde de dga van een bv niet in de op hem rustende bewijslast. Het loon van een dga was volgens de dga vastgesteld op die van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit zou niet meer dan € 6.000,- bruto per maand zijn. Dit gebruikelijk loon lag lager dan de meestverdienende werknemer uit bedrijf, een mede-dga in het bedrijf. De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon moest worden vastgesteld op het loon van deze mede-dga.

Primair loon niet het uitgangspunt

Het gebruikelijk loon was ook volgens de rechtbank te laag, gelet op het feit dat de dga algemeen directeur van een administratiekantoor was, daar ook de verantwoordelijke taken naar had, beschikte zo’n 30 jaar werkervaring en een werkweek had van ongeveer 60 uur.

Uit de feiten bleek bovendien dat de dga ten onrechte was uitgegaan van het primaire loon en daarbij het vakantiegeld en de auto van de zaak buiten de berekeningen had gehouden. Dit moet bij de vaststelling van het brutoloon bij het primaire loon worden opgeteld.

Conclusie

De inspecteur had het gebruikelijk loon dan ook terecht gelijkgesteld aan het loon van de meestverdienende werknemer uit het bedrijf. De naheffingen bleven dan ook in stand.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Belastingrente bij vertraagde btw-teruggaaf
Heb je een verzoek om btw-teruggaaf ingediend en duurt de afhandeling lang? Dan heb je mogelijk recht op vergoeding van belastingrente.
Lees verder
arrow right
Ondernemersaftrek voor buitenlands belastingplichtige
De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of een ondernemer die in het buitenland woont de ondernemersaftrek volledig mag aftrekken van zijn Nederlandse winst.
Lees verder
arrow right
Claustrofobie geen reden voor lager tarief overdrachtsbelasting
Een koper die vanwege claustrofobie de lift niet meer durfde te gebruiken, kon het tarief van 2% overdrachtsbelasting niet toepassen op een woning waarin hij uiteindelijk niet ging wonen. Volgens de rechter was de claustrofobie in deze situatie geen bijzondere omstandigheid. Wat speelde er?
Lees verder
arrow right