Omnyacc

19 juni 2025

Geen lagere premiedrempel bij overlijden: vol jaarbedrag blijft gelden

Over je box 1-inkomen betaal je in 2025 naast belasting ook premies volksverzekeringen, met een maximum van € 10.628 per jaar. Kom je gedurende het jaar te overlijden, dan blijft dit maximum gelden. De Hoge Raad bevestigde dit standpunt van het gerechtshof zonder verdere toelichting.

Premies volksverzekeringen

Premies volksverzekeringen betaal je in 2025 over maximaal € 38.441. Het premiepercentage bedraagt 27,65% en bestaat uit 17,9% premie AOW, 0,1% premie Anw en 9,65% premie Wlz. In een rechtszaak was de vraag aan de orde of het terecht is dat het premiemaximum van in 2025 € 10.628 per jaar, niet tijdevenredig wordt toegepast, als een premieplichtige komt te overlijden.

Tijdevenredige vermindering?

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde in een uitspraak in 2023 vast dat het premiemaximum bij overlijden niet tijdevenredig kon worden verminderd. In de daarvoor geldende wettelijke regeling is namelijk vastgelegd dat bij overlijden geen tijdevenredige vermindering plaatsvindt.

Het is vervolgens niet aan de rechter om de innerlijke waarde of billijkheid van zo’n regeling te toetsen. Zo’n regeling kan in uitzonderingsituaties onverbindend verklaard worden als de regeling leidt tot een heffing die de wetgever niet op het oog had of bij strijd met algemene rechtsbeginselen of Europees recht. Hiervan was hier geen sprake. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat dit maximum een bewuste keuze van de wetgever is geweest. Verder oordeelde het gerechtshof dat geen sprake was van strijd met algemene rechtsbeginselen.

Vergelijking met emigratie gaat mank

Het gerechtshof oordeelde ook dat geen sprake was van discriminatie (zoals bedoeld in artikel 1, twaalfde protocol EVRM) ten opzichte van een emigrerende werknemer. Bij emigratie geldt namelijk wél een tijdevenredig maximum. Het Hof stelde vast dat bij emigratie zo voorkomen kan worden dat er sprake kan zijn van dubbele premieheffing en overschrijding van het premiemaximum. Dit risico doet zich bij overlijden niet voor. Anders dan de erven van de overleden premieplichtige meenden, was het gerechtshof daarom van mening dat de situatie bij overlijden niet kan worden vergeleken met die van emigratie.

Verder oordeelde het gerechtshof dat de andere Europese regels waarop de erven zich beriepen (45 en 48 VWEU) niet van toepassing waren. Het gerechtshof liet de aanslag dan ook in stand. De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie ingediende klachten tegen de uitspraak van het gerechtshof niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak. Zonder nadere motivering liet de Hoge Raad de uitspraak dan ook in stand.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2026
Waar moet je rekening mee houden bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven staat continuïteit vaak centraal. Daarnaast zijn fiscaal-juridische aspecten van groot belang. Door de verschillende wijzigingen in de BOR en DSR in de afgelopen jaren is een goede en tijdige voorbereiding essentieel.
Lees verder
arrow right
Schenking bij vervroegde aflossing van een overbedelingsschuld
Je hebt een overbedelingsschuld aan je kind en wilt deze aflossen. Is er dan sprake van een schenking en hoe wordt de omvang van die schenking bepaald?
Lees verder
arrow right
Kabinet onderzoekt nieuw afbouwpad voor youngtimerregeling
De voorwaarden van de youngtimerregeling veranderen dit jaar en volgend jaar. Daarnaast heeft het kabinet vier mogelijke varianten uitgewerkt voor een aangepast afbouwpad vanaf 2027.
Lees verder
arrow right