3 december 2025

Hoge Raad: dertien jaar uitzendwerk is geen tijdelijk werk

Een bedrijf dat bijna dertien jaar dezelfde uitzendkracht inleent, kan zich niet beroepen op de behoefte aan een ‘flexibele schil’. Volgens de Hoge Raad kan dit misbruik van de uitzendovereenkomst opleveren.

Wat speelde er?

Een uitzendkracht werkte bijna dertien onafgebroken voor een bedrijf. In 2022 nam het bedrijf afscheid van hem, omdat de productieafdeling waar de uitzendkracht werkte werd gesloten. De uitzendkracht had diverse malen gevraagd om een vast dienstverband bij het bedrijf. In zijn optiek was sprake van misbruik van de uitzendconstructie. Het bedrijf weigerde op zijn verzoek in te gaan.

Arbeidsovereenkomst?

Uiteindelijk is de uitzendkracht een procedure begonnen om vast te laten stellen dat hij een arbeidsovereenkomst met het bedrijf heeft. Daarnaast verzocht hij om toekenning van diverse vergoedingen en om uitbetaling van achterstallig loon.

De werknemer procedeerde door tot aan de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege, omdat hij in lagere instanties door de rechters in het ongelijk werd gesteld. Volgens het gerechtshof was namelijk geen sprake van misbruik als bedoeld in de Europese Uitzendrichtlijn, omdat het bedrijf een objectieve verklaring heeft gegeven voor het gebruik van de uitzendovereenkomst gelegen in het feit dat het bedrijf behoefte heeft aan een flexibele schil.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad merkt op dat uit de Europese Uitzendrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat de lidstaten er zorg voor moeten dragen dat uitzendwerk ook echt tijdelijk is. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om één doorlopende opdracht of om een aantal achtereenvolgende opdrachten.

Misbruik van de uitzendovereenkomst is aan de orde als de duur van de inlening van de uitzendkracht bij een bedrijf langer is dan wat in aanmerking genomen alle relevante omstandigheden, redelijkerwijs als tijdelijk kan worden aangemerkt, en het inlenende bedrijf voor de daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling geen objectieve verklaring kan geven.

De algemene behoefte van het bedrijf aan een flexibele schil en aan flexibel in te zetten werkkrachten vormt geen adequate verklaring voor het dertien jaar onafgebroken inschakelen van de uitzendkracht. Als het hof heeft bedoeld dat in de bijzondere omstandigheden van dit geval wél een adequate objectieve verklaring bestond voor de langdurige inlening van de uitzendkracht, heeft het hof dat oordeel volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof om opnieuw te worden beoordeeld.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Nieuwe regels voor plastic wegwerpbekers en -bakjes vanaf 2027
Vanaf 2027 worden de regels voor wegwerpbekers en -bakjes met plastic aangescherpt. In 2026 krijgen bedrijven de gelegenheid om zich op deze wijzigingen voor te bereiden.
Lees verder
arrow right
Wet toekomst pensioenen 2026
Met ingang van 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (Wtp) van kracht geworden. Tot 2028 geldt een overgangsperiode. Dit houdt in dat uiterlijk in 2028 alle pensioenregelingen in lijn moeten zijn gebracht met de Wtp, eventueel met toepassing van de verschillende overgangsregelingen.
Lees verder
arrow right
Geen hogere transitievergoeding na eerdere ontslagname werknemer
De hoogte van een transitievergoeding wordt onder andere bepaald door de duur van het dienstverband. Voor ieder gewerkt jaar is een derde van het brutomaandsalaris verschuldigd. Maar geldt dit uitgangspunt in alle situaties?
Lees verder
arrow right