Omnyacc

16 september 2025

Lening aan dga kan als winstuitdeling worden aangemerkt


Een dga die bovenop een aanzienlijke schuld bij zijn eigen bv’s opnieuw geld leende, werd door de Belastingdienst gecorrigeerd. De rechtbank bevestigde dat deze lening terecht werd beschouwd als winstuitdeling aan de dga en zijn echtgenote. Wat speelde er precies?

Grote schulden aan bv's

De dga en zijn echtgenote hadden een eigen woning met een WOZ-waarde in 2016 van € 674.000. Medio juli 2017 bedroeg de marktwaarde van de woning volgens een door een makelaar opgestelde waardeverklaring € 1.675.000 en eind 2021 volgens een taxatierapport € 1.850.000.

Eind 2015 bedroeg de hoogte van de schulden die de dga en zijn echtgenote hadden bij twee bv’s van de dga ruim € 4 miljoen. De eigen woning diende als zekerheid voor een deel van deze schulden (met voor bepaalde schulden positieve en negatieve hypotheekverklaringen en voor een schuld een eerste hypotheekrecht).

Nieuwe lening

De dga ging per 1 januari 2016 bij één bv nog een lening aan van € 349.999. Ook voor deze lening gaven de dga en zijn echtgenote een positieve en negatieve hypotheekverklaring af.

Geen lening, maar een uitkering in box 2

De Belastingdienst accepteerde de laatste lening niet en merkte deze aan als winstuitdeling. Bij de dga en zijn echtgenote werd in totaal een uitkering van € 349.999 belast in box 2.

Oordeel rechtbank

Een rechtbank oordeelde dat dit terecht was. De rechtbank volgde bij dit oordeel eerdere aanwijzingen van de Hoge Raad. Kort omschreven: als op het moment van verstrekken van de lening al vaststaat of zo goed als zeker is dat de dga de lening niet kan of zal aflossen, kan de lening onder voorwaarden worden aangemerkt als een winstuitdeling. De voorwaarden zijn dat het verstrekken van de lening gebeurd is met de bedoeling om de dga te bevoordelen in zijn hoedanigheid van dga én dat zowel de bv als de dga zich hiervan bewust zijn.

Bewijslast

De bewijslast hiervan lag bij de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst aan deze bewijslast had voldaan. De rechtbank vond namelijk dat zo goed als zeker vaststond dat de dga de lening niet kon of zou kunnen aflossen. Dit gezien het inkomen van de dga en zijn echtgenote (€ 104.745 in 2016) en de overige al bestaande leningen met de daarbij horende rente- en aflossingsverplichtingen.

Verder oordeelde de rechtbank dat het aannemelijk was dat het de bewuste bedoeling van beide partijen was om de dga in zijn hoedanigheid van dga te bevoordelen. Het was volgens de rechtbank niet aannemelijk dat de bv de lening ook verstrekt had als de dga alleen werknemer was geweest en niet ook aandeelhouder.

Wet excessief lenen

Deze casus speelde in 2016, dus voor de introductie van de Wet excessief lenen in 2023. Onder deze wet wordt – kort samengevat – een winstuitdeling aan de dga in aanmerking genomen voor leningen van de bv boven de € 500.000. Ten onrechte wordt weleens gedacht dat leningen tot € 500.000 vanaf 2023 niet meer kunnen worden aangemerkt als een winstuitdeling. Dit is niet het geval. De casus uit 2016 is daarom ook in 2025 nog steeds actueel.

Let op!

Het feit dat de lening wellicht in de toekomst kon worden afgelost met dividenduitkeringen uit één van de bv’s, maakte volgens de rechtbank niet uit. Met eventuele toekomstige dividenduitkeringen mocht voor het bepalen van de terugbetalingscapaciteit geen rekening worden gehouden.

Speciaal voor jou!

UITGELICHT

Bestuurlijke boetes bij overtreding van de UBO-registratieplicht
Het is verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van vennootschappen en andere juridische entiteiten te registreren in het UBO-register. Maar wat zijn de bestuurlijke boetes als deze wettelijke verplichting niet wordt nageleefd?
Lees verder
arrow right
Collectieve uitspraak belastingrente Vpb volgt uiterlijk 26 februari 2026
De Belastingdienst doet uiterlijk op 26 februari 2026 één gezamenlijke uitspraak op alle bezwaren tegen de belastingrente bij de vennootschapsbelasting (Vpb) die zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Wat houdt dit voor jou in?
Lees verder
arrow right
Hoge Raad: belastingrente Vpb sinds 2022 te hoog
De Hoge Raad heeft beslist dat de belastingrente die vanaf 2022 wordt berekend over een aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) te hoog is. Voor de belastingrente die geldt voor andere belastingen blijft dit oordeel buiten beschouwing.
Lees verder
arrow right