Fiscale partners kunnen bepaalde inkomsten en aftrekposten in hun aangifte inkomstenbelasting (IB) onderling verdelen. Zo kunnen zij kiezen voor de fiscaal meest gunstige verdeling. Soms kan het wenselijk zijn om deze verdeling later aan te passen. Tot wanneer is dat mogelijk?
Inkomens- en aftrekposten die je onderling mag verdelen zijn:
In je aangifte kun je voor de verdeling kiezen die voor jullie het gunstigst is.
De wijziging van de verdeling tussen partners kan nog plaatsvinden zolang de aanslagen van de belastingplichtige en zijn partner nog niet onherroepelijk vaststaan. Als je geen bezwaar maakt tegen de definitieve aanslag, staat deze zes weken na de dagtekening onherroepelijk vast. De aanslag staat nog niet onherroepelijk vast, als je tijdig bezwaar of beroep hebt ingesteld en dit nog loopt of er nog geen zes weken verstreken zijn na de uitspraak op bezwaar/beroep.
Procedeer je door tot aan de Hoge Raad, dan staat je definitieve aanslag na de uitspraak van de Hoge Raad meteen onherroepelijk vast. In dit geval geldt een uitzondering en kunt je daarna nog binnen zes weken verzoeken om wijziging van de verdeling.
In geval van een navorderingsaanslag vond de Belastingdienst tot voor kort dat wijziging van de verdeling alleen betrekking kon hebben op inkomen en/of aftrekposten die waren nagevorderd. Alle andere onderdelen uit de al onherroepelijk vaststaande definitieve aanslagen IB konden volgens de Belastingdienst niet opnieuw worden verdeeld. De Hoge Raad was het hier niet mee eens en oordeelde dat de wijziging van de verdeling niet beperkt is tot de inkomensbestanddelen waarop de navordering betrekking heeft.
In twee andere uitspraken is beslist dat de beperking van de verdeling tot het moment van onherroepelijk vaststaan van de definitieve aanslagen, niet anders wordt vanwege gemiste toeslagen of verliesverrekening.
Het ging hierbij in een zaak voor rechtbank Gelderland om toeslagen waarop geen recht bestond, omdat te veel vermogen was toegerekend aan een partner. Daardoor werd de vermogensgrens voor de toeslagen overschreden. Dat dit voor de belastingplichtige pas duidelijk werd na vaststelling van het bedrag aan toeslagen, maakte niet dat alsnog verzocht kon worden om een andere verdeling.
In de andere zaak besliste de Hoge Raad dat het verloren gaan van heffingskortingen nadat achterwaartse verliesverrekening was toegepast, eveneens geen reden was de termijn waarbinnen opnieuw verdeeld kan worden te verlengen.
De Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat je nog opnieuw kunt verdelen na de collectieve uitspraak in de massaalbezwaarprocedure van het kerstarrest.
De Hoge Raad oordeelde in 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Alle bezwaarschriften die meeliepen in de massaalbezwaarprocedure werden vervolgens in een collectieve uitspraak op bezwaar op 4 februari 2022 gegrond verklaard. Hierdoor kwamen die aanslagen allemaal onherroepelijk vast te staan. De Belastingdienst stuurde echter pas ná 4 februari 2022 de nieuwe berekeningen van het box 3-inkomen op basis van het rechtsherstel.
De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n situatie nog wel gekozen kan worden voor een andere verdeling van het box 3-inkomen als dat verzoek gedaan wordt binnen zes weken na de beschikking van de Belastingdienst met de nieuwe berekeningen.