Omnyacc

13 februari 2026

Tweede Kamer stemt in met nieuw box 3-stelsel vanaf 2028

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 ingestemd met een nieuw box 3-stelsel waarbij vanaf 2028 belasting wordt geheven over het werkelijke rendement. Als ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 goedkeurt, wordt het daadwerkelijke rendement op vermogen vanaf dat jaar belast.

Gerealiseerd rendement

Het werkelijke rendement betreft de zogenaamde reguliere voordelen, bijvoorbeeld de rente op bank- en spaarrekeningen, dividenden op beleggingen en huuropbrengsten. Onder het werkelijke rendement vallen echter ook verkoopwinsten en -verliezen op beleggingen en overige bezittingen.

Ook ongerealiseerd rendement

Naast gerealiseerde rendementen tellen ook ongerealiseerde rendementen mee. De jaarlijkse waardeontwikkelingen van je beleggingen en overige bezittingen behoren dus ook tot je werkelijke rendement vanaf 2028. Voor deze bezittingen geldt een zogenaamde vermogensaanwasbelasting.

Bij uitzondering vermogenswinstbelasting

Voor onroerende zaken omvat het werkelijke rendement – naast het directe rendement zoals de huuropbrengst – ook gerealiseerde winsten of verliezen, bijvoorbeeld door verkoop van de onroerende zaak. Je hoeft bij onroerende zaken vanaf 2028 echter niet de jaarlijkse waardeontwikkeling tot je werkelijke rendement te rekenen. Voor onroerende zaken geldt namelijk als uitzondering een vermogenswinstbelasting. Zo’n zelfde uitzondering geldt voor aandelen in start-ups en scale-ups.

Let op!

De Tweede Kamer heeft de regering de opdracht gegeven om een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven uit te werken en te bekijken hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting belast kunnen worden in het nieuwe box 3-stelsel.

Vastgoedbijtelling

Voor onroerende zaken die minder dan 90% van het jaar verhuurd worden, geldt een zogenaamde vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, als dit hoger is dan de werkelijke huurinkomsten. Dit betekent dat ook als de onroerende zaak in het geheel niet verhuurd wordt, bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik, er toch altijd een rendement van 3,35% van de WOZ-waarde in aanmerking moet worden genomen.

Let op!

De vastgoedbijtelling ligt onder het vergrootglas van de Tweede Kamer. Zo heeft de Tweede Kamer de regering verzocht het vastgoedbijtellingspercentage waar mogelijk voor 1 januari 2028 al te actualiseren, een aanvullend onderzoek te doen naar de rendementen op specifiek vakantiewoningen en een verkenning te doen naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling.

Kostenaftrek

Bij het berekenen van je werkelijke rendement mag je vanaf 2028 rekening houden met kosten zoals de betaalde rente, de kosten van een bankrekening, de kosten bij aan- en verkoop van je beleggingen en overige bezittingen en de onderhouds- en andere periodieke kosten van je onroerende zaken.

Tarief

Het voorgestelde tarief in box 3 vanaf 2028 bedraagt 36%. Je betaalt dan 36% belasting over je werkelijke rendement, verminderd met een heffingsvrij inkomen van € 1.800.

Let op!

Heb je in een jaar een negatief rendement, dan mag je dat in aftrek brengen op positieve rendementen in de volgende kalenderjaren. Er gaat wel een verliesdrempel van € 500 gelden. De eerste € 500 aan negatief rendement is dus niet verrekenbaar.

Verschil huidig box 3-stelsel

In het huidige box 3-stelsel wordt nog een forfaitair rendement – onderverdeeld in bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen – belast. Als je werkelijke rendement lager is, kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling. In het nieuwe stelsel vanaf 2028 wordt in box 3 alleen nog het werkelijke rendement belast.

De wijze waarop het werkelijke rendement vanaf 2028 berekend wordt, wijkt ook af van de wijze waarop het werkelijke rendement in de jaren tot en met 2027 onder de tegenbewijsregeling berekend wordt.

Vanaf 2028?

Voorwaarde om de beoogde ingangsdatum van het nieuwe box 3-stelsel te halen, was dat de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 zou instemmen. Dat is gelukt. Houd er wel rekening mee dat de Eerste Kamer dus ook nog in moet stemmen. Hiervoor is op dit moment nog geen uiterste datum bekend.

Wijziging naar volledige vermogenswinstbelasting

Het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 is omstreden. De Tweede Kamer stemde met tegenzin in, met name vanwege de vermogensaanwasbelasting. Ook de nieuwe coalitie heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat zij het nieuwe box 3-stelsel van een vermogensaanwasbelasting willen omvormen naar een vermogenswinstbelasting.

De Tweede Kamer heeft de regering de opdracht meegegeven om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk bij het Belastingplan 2029, een box 3-stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief dekkingsopties. Naast deze opdracht gaf de Tweede Kamer de regering nog andere opdrachten mee over verschillende onderdelen van het nieuwe box 3-stelsel.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Scholingskosten voor algemene opleiding niet aftrekbaar
Sinds 2022 zijn scholingskosten in principe niet langer aftrekbaar. Toch lopen er nog meerdere procedures over de aftrek van scholingskosten die vóór 2022 zijn gemaakt. In één van deze zaken stond de vraag centraal of de kosten van een vwo-opleiding voor aftrek in aanmerking komen.
Lees verder
arrow right
Bestelauto 2026
Voor veel ondernemers is een bestelauto een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Op het gebruik van een bestelauto zijn diverse specifieke fiscale regelingen van toepassing, die meestal bedoeld zijn om het zakelijke gebruik fiscaal gunstig te behandelen. Daar staan wel voorwaarden tegenover. Daarnaast bestaan er aparte regelingen voor bestelauto’s zonder CO₂-uitstoot.
Lees verder
arrow right
Niet-geregistreerde medicijnen aftrekbaar als zorgkosten
Onder bepaalde voorwaarden kun je de kosten van medicijnen die in Nederland niet zijn geregistreerd opvoeren als zorgkosten in jouw aangifte inkomstenbelasting.
Lees verder
arrow right