Omnyacc

19 maart 2026

WW-uitkering en billijke vergoeding: wat zegt de Hoge Raad?

Wanneer een werkgever zich ernstig verwijtbaar opstelt, kan de rechter een billijke vergoeding aan de werknemer toekennen. Maar moet daarbij ook rekening worden gehouden met een mogelijke WW-uitkering?

Bepalen hoogte billijke vergoeding

Bij het vaststellen van een billijke vergoeding wordt vaak gekeken naar de periode dat het dienstverband nog zou hebben voortgeduurd en het loon dat de werknemer dan nog ontvangen zou hebben gedurende die periode. Met andere woorden: wat is de loonwaarde die de werknemer als gevolg van het ernstig verwijtbare eindigen van het dienstverband heeft gemist. Moet er dan rekening worden gehouden met een mogelijke WW-uitkering die de werknemer over deze periode ontvangt? Hierover bestond verdeeldheid in de literatuur.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft bepaald dat de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding de mogelijke WW-uitkering over die periode op het gederfde loon in mindering mag brengen. Als de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houdt met de gevolgen voor de werknemer van het voortijdige einde van de arbeidsovereenkomst, ligt het volgens de Hoge Raad voor de hand dat hij in dat verband niet alleen rekening houdt met nadelen (verlies van loon), maar ook met eventuele voordelen die daarmee voldoende samenhangen. Denk hierbij aan het recht op een uitkering of de mogelijkheid andere inkomsten te verwerven.

Nuancering mogelijk

Het is echter ook weer geen wet van Meden en Perzen dat de WW-uitkering altijd in mindering moet worden gebracht op de loonbetaling. De Hoge Raad overweegt dat in welke mate de vastgestelde gevolgen de hoogte van de billijke vergoeding bepalen, mede afhangt van de aanwezigheid van andere omstandigheden die bij het vaststellen van de vergoeding van belang zijn. Daarbij kan ook meewegen of de werknemer wordt benadeeld in mogelijke toekomstige rechten op een WW-uitkering. Denk aan de situatie dat iemand nog jaren te gaan heeft tot zijn pensioen. In dat geval kan de werknemer, afhankelijk van bijvoorbeeld het soort werk en de arbeidsmarkt er groot belang bij hebben om zijn potentiële aanspraak op de opgebouwde WW-rechten te behouden. Dan is het mogelijk niet redelijk en niet wenselijk deze als schadebeperkingsmaatregel op de te begroten billijke vergoeding in mindering te brengen.

Het zal een interessante puzzel worden. Nog afgezien van de vraag of er, als de plannen van het nieuwe kabinet doorgaan, nog wat overblijft van de WW om van de billijke vergoeding af te trekken

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Tweede Kamer stemt in met wet Meer zekerheid voor flexwerkers
De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers, dat flexwerkers beter moet beschermen en hun positie moet versterken.
Lees verder
arrow right
Uitleners verantwoordelijk voor juiste BRP-inschrijving arbeidsmigranten
Op 22 mei 2026 is een internetconsultatie gestart over de zorgplicht van uitleners om arbeidsmigranten correct in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze verplichting gaat vanaf 2027 gelden voor uitleners, waaronder uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven.
Lees verder
arrow right
Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis ingediend
Het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis is aangeboden aan de Tweede Kamer. Met deze wet moet de huidige regeling voor werktijdverkorting worden vervangen.
Lees verder
arrow right