De staatssecretaris van Financiën heeft verschillende aanpassingen aangekondigd voor de 12% pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s van de zaak. Deze heffing treedt in werking vanaf 2027.
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.
Deze heffing geldt ook voor de dga die een fossiele personenauto van de zaak rijdt. Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet door de heffing geraakt worden, maar mogelijk krijgt hij wel te maken met de pseudo-eindheffing voor zijn personeel.
Voorwaarden voor de pseudo-eindheffing zijn dat de werkgever:
Auto’s die geen personenauto zijn, bijvoorbeeld bestelbusjes, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Datzelfde geldt voor volledig elektrische en waterstof aangedreven personenauto’s.
Ook personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Uitsluitend zakelijk gebruik zal echter niet snel voorkomen, omdat het woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing niet zakelijk, maar privé is.
De pseudo-eindheffing geldt voor de hele kalendermaand, ook als in die kalendermaand maar een of enkele dagen een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. De pseudo-eindheffing geldt dan dus niet voor die een of enkele dagen maar voor de hele maand!
De praktijk heeft overlegd met het ministerie van Financiën over knelpunten in de pseudo-eindheffing. Voor een aantal van die knelpunten heeft de staatssecretaris aanpassingen aangekondigd.
Bij de evaluatie van de pseudo-eindheffing in 2030 zal beoordeeld worden of deze aanpassingen effectief en nog nodig zijn.
Personenauto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling. Deze zou oorspronkelijk lopen tot 17 september 2030, maar de staatssecretaris heeft aangekondigd deze te willen verlengen naar 1 januari 2031. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
De pseudo-eindheffing zal er waarschijnlijk voor zorgen dat werkgevers vanaf 2027 de oude fossiele brandstofauto van nieuwe werknemers niet willen overnemen van de vorige werkgever. Op dat moment eindigt namelijk het overgangsrecht, omdat de auto door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking wordt gesteld.
Het kabinet heeft kennisgenomen van dit punt, maar wil hier geen aanpassingen op doen. Dit betekent dat de werknemer bij wisseling van werkgever waarschijnlijk vaak geconfronteerd zal worden met een afkoopsom van de leaseauto.
Het overgangsrecht blijft wel van toepassing als de auto gedurende de overgangstermijn aan een andere werknemer ter beschikking wordt gesteld.
De staatssecretaris heeft aangegeven dat bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, wel een uitzondering mogelijk is. Hier is geen wettelijke aanpassing voor nodig, dit kan op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever bij een fusie of overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.
Tot slot heeft de staatssecretaris nog uitleg gegeven over berekening van de pseudo-eindheffing als het heffingsrecht van een ter beschikking gestelde fossiele personenauto op grond van een belastingverdrag deels is toegewezen aan een ander land. In dat geval mag deze verdeling ook worden toegepast op de pseudo-eindheffing.