Omnyacc

25 maart 2026

Crypto’s in de aangifte IB: zakelijk of privé?

Vanaf 1 maart 2026 kun je je aangifte inkomstenbelasting 2025 indienen. Heb je crypto’s, dan verschilt de verwerking in de aangifte IB per ondernemer. Hoe werkt dat precies?

Zakelijk of privévermogen

Hiervoor is het eerst van belang om te bepalen of de crypto’s tot je zakelijke vermogen of tot je privévermogen horen.

Zo horen de crypto’s tot je zakelijke vermogen als:

  • je je zakelijke vermogen gebruikt om te beleggen in crypto’s, of
  • de aankoop of verwerving van crypto’s onderdeel is van je normale bedrijfsuitoefening.

In alle andere gevallen zijn de crypto’s onderdeel van je privévermogen. Het gaat dan bijvoorbeeld om crypto’s die je kocht met duurzaam overtollige liquide middelen, die niet direct nodig zijn voor je bedrijfsuitoefening of binnen afzienbare tijd nodig zijn voor investeringen.

Aangifte IB: zakelijke crypto’s

Crypto’s die tot je zakelijke vermogen behoren, tellen mee voor je winst uit onderneming in box 1. Je geeft de crypto’s aan op je balans tegen de kostprijs of lagere marktwaarde. Gaat de omwisseling van crypto’s gepaard met winst, dan verwerk je dat in je winst- en verliesrekening. Datzelfde geldt voor een verlies dat ontstaat bij omwisseling van crypto’s.

Let op!

Betaalt je afnemer in crypto’s, dan moet je dit omrekenen in euro’s. Dit omgerekende bedrag is dan je omzet.

Aangifte IB: privé-crypto’s

Privé-crypto’s geef je aan in box 3. Hiervoor is in de aangifte IB 2025 een apart veld opgenomen onder ‘bankrekeningen en overige bezittingen’. De waarde van de crypto’s reken je om in euro’s. Voor de IB 2025 moet je uitgaan van de waarde op 1 januari 2025 00.00 uur.

Let op!

Het heffingsvrije vermogen in 2025 bedraagt € 57.684, of als je een fiscale partner heeft € 115.368 voor jou en je partner gezamenlijk. In verband met andere inkomensafhankelijke regelingen moet je in de IB 2025 echter ook al box 3 aangeven voor een totaal vermogen boven € 37.395.

Werkelijke rendement crypto’s

Is je totale werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement, dan kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling in box 3. Ook voor je crypto’s moet je dan het werkelijke rendement doorgeven. De berekening hiervan gaat aan de hand van de volgende gegevens:

  • de waarde van de crypto’s op 1 januari en 31 december, en
  • de totale waarde van aankopen verkopen over het hele jaar.

Voorbeeld
Je crypto’s hebben op 1 januari 2025 een waarde van € 50.000 en op 31 december 2025 een waarde van € 60.000. In 2025 kocht je voor een bedrag van € 7.000 crypto’s en verkocht je voor een bedrag van € 12.000 crypto’s.

Je werkelijk rendement op de crypto’s is dan € 60.000 (waarde 31-12-2025) minus € 50.000 (waarde 1-1-2025) minus € 7.000 (aankopen) plus € 12.000 (verkopen) = € 15.000.

Minen en handel

Minen en handel in crypto’s zullen over het algemeen belast zijn in box 3. Voor minen kan dat anders worden als je opbrengsten hoger zijn dan de kosten. Voor handel kan dat anders worden als je meer activiteiten verricht voor de handel dan normaal is voor beleggingsactiviteiten.

Tip!

Overleg met een van onze adviseurs of het minen en de handel in jouw situatie nog tot box 3 behoort of moet worden aangemerkt als inkomsten uit overig werk of winst uit onderneming.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Tijdens het jaar verkregen groene beleggingen tellen niet mee in box 3
De Belastingdienst geeft aan dat je in je aangifte inkomstenbelasting geen rekening hoeft te houden met groene beleggingen die je gedurende het jaar koopt of verkrijgt. Wat houdt dit precies in?
Lees verder
arrow right
Kwijtschelding lening: zakelijk of onzakelijk?
Wanneer een zakelijke lening niet kan worden terugbetaald en wordt kwijtgescholden, geldt het voordeel in principe als belast. In dat geval kan echter de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn. Is de lening daarentegen onzakelijk, dan blijft de kwijtschelding doorgaans onbelast. Het is dan wel noodzakelijk om aan te tonen dat de lening daadwerkelijk onzakelijk is.
Lees verder
arrow right
Is de villatax in strijd met Europees recht?
Eigenwoningbezitters betalen jaarlijks belasting in box 1 via het eigenwoningforfait (EWF). Hiervoor gelden twee percentages: 0,35% en een verhoogd tarief van 2,35%. De vraag is of dit hogere forfait – de zogenoemde villatax – in strijd is met het Europese recht.
Lees verder
arrow right