De definitieve forfaitaire percentages voor banktegoeden en schulden in box 3 over 2025 zijn vastgesteld. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste cijfers.
De definitieve forfaits voor banktegoeden en schulden worden altijd pas na afloop van het jaar vastgesteld. Bij het opleggen van de voorlopige aanslag IB 2025 gedurende 2025 rekende de Belastingdienst daarom met voorlopige forfaits. Voor banktegoeden bedroeg dit voorlopige forfait 1,44%. Dit forfait is nu voor 2025 definitief bepaald op 1,37%. Voor schulden rekende de Belastingdienst bij de voorlopige aanslag met het voorlopige forfait van 2,61%. Het definitieve forfait is nu vastgesteld op 2,70%.
Het definitieve forfait voor overige bezittingen was al langer bekend. Dit bedraagt voor 2025 5,88%.
Als jouw werkelijke rendement in 2025 lager was dan het forfaitaire rendement, dan kun je in 2025 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Je betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over jouw werkelijke rendement. Dit beroep op de tegenbewijsregeling kun je meteen doen bij het indienen van de aangifte IB 2025. Je hoeft hiervoor dus geen apart OWR-formulier in te vullen, zoals dat voor de jaren tot en met 2024 wel nodig is.
Houd er wel rekening mee dat het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarbij tellen bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen van onroerend goed en beleggingen ook mee, ook als je deze nog niet te gelde hebt gemaakt.
De voorlopige en definitieve forfaits voor 2026 zijn overigens ook al bekend. Voor banktegoeden is dit forfait voorlopig vastgesteld op 1,28%, voor schulden voorlopig op 2,70% en voor overige bezittingen definitief op 6,00%. Bij het opleggen van de voorlopige aanslag IB 2026 rekent de Belastingdienst in het jaar 2026 met deze forfaits.
Is jouw werkelijke rendement in 2026 lager dan het forfaitaire rendement, dan kun je in 2026 ook een beroep doen op de tegenbewijsregeling.