Werkgevers kunnen nu nog maximaal 25% van het brutominimumloon inhouden op het minimumloon van een werknemer voor huisvestingskosten. De minister wil deze mogelijkheid vanaf 1 juli 2028 afschaffen.
Bij arbeidsmigranten komt het regelmatig voor dat werkgevers voor de huisvesting zorgen. Vaak wordt daarvoor een bedrag ingehouden op het loon van de werknemer. Bij een minimumloon mag dat nu nog maximaal 25% van dat brutominimumloon zijn.
Er gelden meer voorwaarden voor het inhouden van huisvestingskosten op het minimumloon.
Het kabinet vindt dat de regeling een verdienmodel in de hand werkt. Om die reden wil het kabinet de regeling per 1 juli 2028 afschaffen.
Op 1 juli 2028 moet ook de Wet passende huur in werking treden. Dit betreft nu nog een wetsvoorstel in voorbereiding dat arbeidsmigranten betere huur(prijs)bescherming moet bieden. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in de eerste helft van 2027 in de Tweede Kamer wordt behandeld.
De minister wil de inhoudingsmogelijkheid zoveel mogelijk gelijktijdig afschaffen met de inwerkingtreding van de Wet passende huur. Als deze later dan 1 juli 2028 in werking treedt, zal de inhoudingsmogelijkheid waarschijnlijk ook later afgeschaft worden.
Het wordt de werkgever niet verboden om vanaf 1 juli 2028 huisvesting te verzorgen voor de werknemer. Zo kunnen werkgevers straks hun werknemers bijvoorbeeld een huurcontract bieden, waarbij de werknemer zelf de betaling doet.
Er was al eerder een plan om de inhoudingsmogelijkheid af te schaffen. Eind oktober 2025 werd dit plan echter ingetrokken.