Omnyacc

6 maart 2026

Geen opbouw vakantiedagen tijdens slapend dienstverband volgens rechter

In de rechtspraak bestaat momenteel onduidelijkheid over de vraag of een werknemer na afloop van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte – de wachttijd – nog vakantiedagen opbouwt. Een nieuwe uitspraak werpt opnieuw licht op deze kwestie.

Diverse uitleg van de wet

Rechtbank Arnhem is van mening van wel. Rechtbank Groningen gaf recentelijk aan dat hij dit oordeel niet volgde. Inmiddels is er een derde rechter van Rechtbank Rotterdam die zich over deze vraag heeft uitgelaten. Ook deze rechter, net als Rechtbank Groningen, is van oordeel dat er geen vakantiedagen worden opgebouwd over de periode dat het dienstverband slapend is.

Wat speelde er?

Een werknemer raakte arbeidsongeschikt en maakte de wachttijd vol. Vervolgens kreeg hij een IVA-uitkering toegekend. Hij verzocht daarna zelf bij de kantonrechter Rotterdam om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Hij had zijn werkgever herhaalde malen tevergeefs verzocht om het dienstverband dat inmiddels slapend was geworden te beëindigen. De kantonrechter verwees naar een uitspraak van de Hoge Raad van een aantal jaar geleden. Daar heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat als een werkgever geen redelijk belang meer heeft bij de instandhouding van de arbeidsovereenkomst, hij positief moet reageren op een verzoek van een werknemer om mee te werken aan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per direct.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

Nu de arbeidsovereenkomst werd ontbonden, moest er ook een eindafrekening worden opgemaakt. Volgens de werknemer had hij nog 312 verlofuren die moesten worden uitbetaald, waarvan er 152 zijn opgebouwd tijdens zijn dienstverband en de overige na 9 oktober 2024, het einde van de wachttijd. De werknemer verwees naar de wet waarin is bepaald dat het recht op vakantie is gekoppeld aan het recht op loon in strijd is met Europese regelgeving.

Wat oordeelt de rechter?

De kantonrechter oordeelt evenwel anders en verwijst naar het Europese Hof van Justitie (HvJ EU). Die heeft bepaald dat er specifieke omstandigheden kunnen zijn die een afwijking van het fundamentele recht op (jaarlijks betaald) verlof rechtvaardigen. Volgens de kantonrechter zijn die specifieke omstandigheden er bij een slapend dienstverband.

Na afloop van de wachttijd heeft de werknemer geen re-integratieverplichting meer, zodat de recuperatiefunctie van vakantie zijn doel verliest. Daarnaast heeft een zieke werknemer die niet kan werken na de wachttijd recht op een uitkering, en op grond van die uitkering recht op betaalde vakantie.

Let op!

De stand is dus momenteel 2-1 in het voordeel van geen opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband. Gelet op de tegenstrijdige uitspraken door de verschillende rechtbanken zou het wenselijk zijn als hierover door de Hoge Raad – eventueel in het kader van te stellen prejudiciële vragen – duidelijkheid zou worden gegeven.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Kabinet wil banenafspraak uitbreiden en loonkostensubsidie invoeren
Het kabinet wil de doelgroep van de banenafspraak uitbreiden. Daarnaast moet de loonkostensubsidie het belangrijkste instrument worden om werkgevers te compenseren voor de verminderde loonwaarde van werknemers.
Lees verder
arrow right
Premie WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon
Brengt een werkgever de premie voor een WGA-hiaatverzekering in rekening bij een werknemer? Dan mag deze premie worden afgetrokken van het brutoloon. Voor een op de werknemer verhaalde gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) geldt dit niet.
Lees verder
arrow right
Uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding als werknemer?
Mag een uitzendorganisatie een uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de organisatie waar de uitzendkracht te werk is gesteld? Volgens de Belastingdienst kan dit onder bepaalde voorwaarden.
Lees verder
arrow right