Omnyacc

26 januari 2026

Ketenregeling versus cao: wat weegt zwaarder?

Het komt voor dat bepalingen in een cao botsen met wettelijke regels, zoals de ketenregeling. Welke regels zijn dan doorslaggevend voor het wettelijk maximumaantal tijdelijke contracten: de wet of de cao-afspraken?

Een casus van een docent

Een docent treedt na het bereiken van de AOW-leeftijd in dienst. Hij is gedurende het dienstverband ingezet als docent voor de zogeheten Internationale Schakelklas. In die klas geeft hij nieuwkomers in Nederland les. Hij heeft formeel geen bevoegdheid om les te geven. Negen jaar lang krijgt hij een jaarcontract aangeboden, waarbij het laatste contract door de werkgever niet meer verlengd wordt. In de cao staat dat docenten zonder onderwijsbevoegdheid nooit een vast contract kunnen krijgen.

Opzegging van dienstverband?

De werknemer kwalificeert het door de werkgever beoogde einde van rechtswege en het feit dat hij niet meer tewerk is gesteld en geen loon meer heeft ontvangen, als opzegging. Hij berust nu in die opzegging, maar maakt wel aanspraak op een billijke vergoeding, omdat die opzegging onregelmatig was.

Vast contract?

De werknemer claimt een vast contract op basis van de wettelijk geregelde ketenregeling, welke inhoudt dat er maximaal drie contracten in drie jaar tijd mogen worden afgesloten. De werkgever erkent dit, maar verwijst daarentegen naar zowel de Wet voortgezet onderwijs 2020 als de cao Voortgezet Onderwijs 2024-2025. Beide bepalen dat onbevoegde docenten niet in dienst kúnnen zijn op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaald tijd. In die ‘botsing’ tussen twee wettelijke en cao-regimes, komt de beperking van de mogelijkheden voor onbevoegde docenten als winnaar uit de strijd, aldus de werkgever.

Ketenregeling

De rechter oordeelt dat de ketenregeling – die overigens ook letterlijk in de cao herhaald is – een wezenlijk onderdeel van het arbeidsrecht is, dat ingericht is ter bescherming van de werknemer. Een dergelijk wezenlijke beschermingsbepaling kan niet ondergraven worden door een branche-specifieke bepaling die niet arbeidsrechtelijk van aard is, maar gericht is op optimalisatie van de kwaliteit van het onderwijs. Het is aan de werkgever om die wettelijke regels toe te passen en te zorgen dat zij daaraan voldoet.

Contract voor onbepaalde tijd

Dit houdt in dat sprake is van contract voor onbepaalde tijd, welk contract de werkgever niet volgens de regels heeft opgezegd. Hij ging immers uit van een einde van rechtswege. De werkgever is op basis van de cao verplicht een docent met onderwijsbevoegdheid in te zetten, zodra deze beschikbaar is. De docent zonder onderwijsbevoegdheid moet dan plaatsmaken, ook al is er niets aan te merken op de wijze van lesgeven van de betreffende docent. Er was een docent met onderwijsbevoegdheid beschikbaar. Dat de arbeidsovereenkomst dus uiteindelijk zou eindigen staat vast.

Slordige werkgever

Hoewel zonder kwade bedoelingen gedaan, heeft de werkgever de werknemer vanuit zakelijk oogpunt wel erg lang laten ‘bungelen’ in onzekerheid door steeds jaarcontracten af te sluiten (terwijl dat eigenlijk niet meer mocht) en dat heeft werkgever al die tijd – ook nog in de aanloop naar en tijdens de procedure – vastgehouden, terwijl zij beter had moeten weten. Deze onhandige en ongelukkige gang van zaken wil de kantonrechter tot uitdrukking brengen in de vergoeding.

Vergoeding

De kantonrechter stelt de billijke vergoeding daarom vast op € 13.500, zijnde het salaris van vijf maanden. Dit zou de meest waarschijnlijke datum zijn waarop het dienstverband voor onbepaalde tijd rechtsgeldig geëindigd zou zijn. Gelet op de handelwijze van de werkgever verhoogt de kantonrechter de uiteindelijke vergoeding naar € 15.000.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Zelfstandigenwet in internetconsultatie: dit zijn de plannen
Op 1 oktober 2026 is het wetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet in internetconsultatie gegaan. De wet moet meer duidelijkheid bieden aan zelfstandigen en opdrachtgevers. Met een zogenoemde veilige haven wil het kabinet onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers om zzp’ers in te huren tegengaan. Tegelijkertijd moeten zelfstandigen zelf verantwoordelijkheid nemen voor het afdekken van hun risico’s.
Lees verder
arrow right
Eindejaarstips 2026: wat moet je nog regelen?
Wat kun of moet je als ondernemer, dga, werkgever of particulier nog vóór het einde van 2026 regelen? En welke zaken kun je beter uitstellen? Ook veranderen er vanaf 2027 verschillende regels waarop je nu al kunt inspelen. We zetten een aantal belangrijke tips voor je op een rij.
Lees verder
arrow right
Pseudo-eindheffing voor fossiele auto's van de zaak vanaf 2027
Vanaf 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra belasting op fossiele personenauto’s van de zaak die ook privé gebruikt mogen worden. Deze zogenoemde pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto. Voor auto’s die al vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Wat houdt deze nieuwe heffing in en waar moet je als werkgever rekening mee houden?
Lees verder
arrow right