Werknemers die een auto van de zaak ook privé gebruiken, krijgen te maken met een bijtelling. In sommige gevallen mogen bepaalde autokosten worden afgetrokken van deze bijtelling. Hoe werkt dat precies?
Betaalt een werknemer voor het privégebruik van de auto een bedrag aan de werkgever, dan is dit bedrag aftrekbaar van de bijtelling. Voorwaarde is dat dit wel van tevoren moet zijn afgesproken. Dat geldt ook als een hogere bijdrage wordt betaald, omdat de werknemer over een duurdere auto kan beschikken. Ook dan moet duidelijk zijn dat de hogere bijdrage betaald wordt voor privégebruik.
Leg dergelijke afspraken altijd schriftelijk vast, dat voorkomt discussie met de inspecteur.
Bij betalingen aan derden is het uitgangspunt dat alleen intermediaire kosten onder voorwaarden in aftrek op de bijtelling kunnen komen. Intermediaire kosten zijn kosten die de werknemer voor zijn werkgever maakt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld brandstofkosten, tolkosten, kosten van een wasstraat, parkeerkosten of reparatiekosten.
Deze intermediaire kosten komen alleen op de bijtelling in mindering onder de volgende voorwaarden:
Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om intermediaire kosten belastingvrij te vergoeden. In dat geval is aftrek van de bijtelling niet meer mogelijk.
In een speciale Handreiking heeft de Belastingdienst de mogelijkheden en voorwaarden hierover op een rij gezet.