Omnyacc

12 januari 2026

Overdrachtsbelasting 2026: drie tarieven en hogere startersvrijstelling

Vanaf 2026 kent de overdrachtsbelasting drie tarieven in plaats van twee en is de startersvrijstelling verhoogd. Dit is belangrijk om te weten bij de aankoop van een woning.

Woning voor eigen gebruik

In 2026 geldt bij de overdracht van een woning die een koper zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, onder voorwaarden, een overdrachtsbelastingtarief van 2%. Dit is niet anders dan in 2025 toen hiervoor ook al het 2%-tarief gold.

Overige woningen

Wat wel gewijzigd is, is het tarief voor overige woningen. Verkrijg je een woning die je niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, dan gold daar in 2025 nog een overdrachtsbelastingtarief van 10,4%. Vanaf 2026 is dit tarief 8%.

Bij overige woningen moet je denken aan een vakantiewoning, een woning die je koopt voor een studerend kind of een woning die je verhuurt.

Overig onroerend goed

Voor de verkrijging van overig onroerend goed blijft het overdrachtsbelastingtarief, net als in 2025, 10,4%.

Startersvrijstelling

Starters tot 35 jaar oud kunnen bij de aankoop van een woning die zij als hoofdverblijf gaan gebruiken, onder voorwaarden, een vrijstelling toepassen. Ze betalen dan geen overdrachtsbelasting. Een van de voorwaarden is dat de marktwaarde van de woning niet hoger is dan een bepaald bedrag.

In 2026 geldt de startersvrijstelling tot een marktwaarde van € 555.000 (2025: € 525.000). Is de marktwaarde hoger, dan geldt de startersvrijstelling niet, dus ook niet tot het bedrag van € 555.000.

Tip!

Het grensbedrag voor de startersvrijstelling in 2027 is ook al bekend. In 2027 geldt de startersvrijstelling tot een bedrag van € 615.000. Voor de toepassing van de vrijstelling is de datum van de levering van de woning bij de notaris bepalend.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Ook bij ziekte kan een gebruikelijk loon verplicht zijn
Een dga die zichzelf vanwege ziekte geen gebruikelijk loon uitkeerde, kreeg toch ongelijk van de rechter. De Belastingdienst kon namelijk aantonen dat hij nog werkzaamheden voor zijn bv had verricht. Wat speelde er in deze zaak?

Lees verder
arrow right
Toch dwangsom bij vergoeding werkelijke schade toeslagenaffaire?
De Raad van State besliste op 3 juni 2026 dat de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen dwangsommen hoeft te betalen bij het niet of te laat beslissen op verzoeken om vergoeding van de werkelijke schade in de toeslagenaffaire. Rechtbank Midden-Nederland wijkt hiervan af en legt toch dwangsommen op, maar hanteert wel een langere beslistermijn.
Lees verder
arrow right
Vanaf 2027 btw over motorrijtuigenbelasting in de lease
De staatssecretaris heeft bekendgemaakt dat vanaf 1 januari 2027 btw moet worden berekend over de motorrijtuigenbelasting (mrb) die een leasemaatschappij doorberekent.
Lees verder
arrow right