Omnyacc

23 juli 2026

Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?

Bij de aankoop van een bestaand pand is de hoogte van de overdrachtsbelasting afhankelijk van het toepasselijke tarief. Daarbij is onder meer van belang of het pand voor de overdrachtsbelasting als woning wordt aangemerkt.

Tarief overdrachtsbelasting

Voor woningen die je voor langere tijd als hoofdverblijf gaat bewonen geldt een verlaagd tarief van 2% of een vrijstelling. Ga je de woning niet als hoofdverblijf bewonen, dan geldt voor de woning een tarief van 8%. Voor andere panden, zoals winkels en bedrijfspanden, geldt een tarief van 10,4%. Voor de hoogte van het tarief is dus van belang wanneer is sprake is van een woning.

Pand bestemd als woning?

Tijdens de wetsbehandeling is aan de orde geweest dat een pand bij de juridische overdracht naar zijn aard bestemd moet zijn als woning om ook als zodanig te worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat daarbij van belang is waarvoor het pand oorspronkelijk is gebouwd. Is een woning verbouwd voor een andere vorm van gebruik, dan blijft het naar zijn aard alleen een woning, als er maar beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer voor bewoning geschikt te maken.

Buurthuis, school of woning?

Bovenstaande uitgangspunten stonden centraal in een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een belastingplichtige had een pand gekocht dat bestond uit een voormalige woning, die was samengevoegd met een school, die op zijn beurt weer was verbouwd tot buurthuis met gymzalen. Om te bepalen welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was, diende de rechtbank te bepalen of er al dan niet sprake was van een woning.

Bewijslast

De rechtbank stelde vast dat de bewijslast in dit soort geschillen bij de belastingplichtige ligt. Die moest in deze zaak aannemelijk maken dat de panden oorspronkelijk gebouwd waren als woning en ook hun aard als woning hadden behouden.

Geen aard als woning

Uit onder meer bouwtekeningen bleek dat het pand door de verbouwingen tot dorpshuis met sportzaal zonder aanpassingen naar zijn aard niet meer bestemd was als woning. Dat het pand nog wel voor bewoning gebruikt kon worden, deed niet ter zake.

Ook was één van de panden oorspronkelijk bestemd voor ander gebruik dan als woning. Dit pand was groter dan het andere. Met de samenvoeging van beide panden in het verleden was het geheel niet meer aan te merken als ‘oorspronkelijk gebouwd als woning’. Hierdoor was de aard als woning definitief verloren gegaan. Of er slechts beperkte aanpassingen nodig zouden zijn om het pand weer voor bewoning geschikt te maken, deed daardoor niet meer ter zake.

Hoog tarief in plaats van 2%

Al met al lukte het de koper dus niet om aannemelijk te maken dat het pand naar zijn aard bestemd was tot bewoning. Gevolg was dat het hoge tarief overdrachtsbelasting in plaats van 2% van toepassing was.

    Speciaal voor jou

    UITGELICHT

    Teruggave bpm bij export van een bestelauto van voor 2025
    Bestaat er recht op teruggaaf van bpm bij de export van een bestelauto die ouder is dan vijf jaar en waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 ligt?

    Lees verder
    arrow right
    Hoge Raad: geen box 3-teruggaaf voor niet-bezwaarmakers
    De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 geoordeeld dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel voor box 3. Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak?

    Lees verder
    arrow right
    Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld
    De Eerste Kamer heeft de stemming over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. Eerst worden nog wijzigingen verwerkt via een novelle, die op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.
    Lees verder
    arrow right