De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap bepaalt dat een dga belasting betaalt over leningen die de grens van € 500.000 bij de eigen bv overschrijden. Bij het vaststellen van deze drempel kunnen ook andere leningen mee worden geteld. Daarnaast zijn er uitzonderingen op de regel mogelijk. Het meetmoment voor 2026 is 31 december 2026. Je hebt dus tot die datum de tijd om te beoordelen wat de wet voor uw situatie betekent en of er nog actie nodig is.
Deze advieswijzer concentreert zich met name op lenen van een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook in andere entiteiten worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan een deelgerechtigheid in een open fonds voor gemene rekening of een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap van toepassing zijn. Op deze situaties wordt in deze advieswijzer niet ingegaan.
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) zal doorgaans een aanmerkelijk belang hebben. Een dga kan dus geraakt worden door deze wet.
De regels om te bepalen of iemand een aanmerkelijk belang heeft, kunnen complex zijn. Zo kun je bijvoorbeeld ook een aanmerkelijk belang hebben in een bv waarin je niet direct de aandelen bezit, maar wel indirect via een andere bv. Je kunt dus een aanmerkelijk belang hebben in meerdere bv’s. Overleg met onze adviseurs of in jouw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke bv’s en hoe de regels in uw geval uitwerken.
Een dga met schulden aan zijn bv die op 31 december 2026 hoger zijn dan € 500.000 kan in 2026 met de gevolgen van de wet te maken krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om de schulden van de dga zelf, maar ook om de schulden van de fiscale partner van de dga. Om te beoordelen of de € 500.000 wordt overschreden, worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld. Heb je naast een schuld ook nog een vordering op de bv, dan worden die twee niet gesaldeerd; er wordt dus puur naar de schulden gekeken!
Heb je en/of jouw fiscale partner een aanmerkelijk belang in meer bv’s, dan moet je de schulden die jij en jouw fiscale partner hebben aan al die bv’s bij elkaar optellen. Alleen als het totaal op 31 december 2026 niet hoger is dan € 500.000, krijg je in 2026 niet met de gevolgen van de wet te maken. Je kunt dus niet maximaal € 500.000 per bv lenen, maar tezamen met jouw fiscale partner maximaal € 500.000 van al jouw bv’s tezamen.
Als je in 2023, 2024 of 2025 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 met de schuld waar je al over afrekende verhoogd. Je betaalt dus geen belasting over een schuld waar je in een eerder jaar al belasting over betaalde.
Voorbeeld
Je hebt een aanmerkelijk belang in bv X en een aanmerkelijk belang in bv Y. Je hebt van beide bv’s geld geleend. Bij bv X bedraagt jouw schuld op 31 december 2026 € 350.000, bij bv Y € 500.000. Tezamen bedragen jouw schulden meer dan € 500.000. Als je niets doet, moet je over 2026 belasting betalen over een bedrag van € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). Bedroeg de totale schuld op 31 december 2025 ook al € 850.000. Dan moest je over 2025 al belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In 2026 hoef je dan niet nog een keer belasting te betalen over de in 2025 al meegenomen € 350.000. Het bedrag van de drempel wordt namelijk met deze € 350.000 verhoogd. Hierdoor bedraagt de drempel in 2026 voor jou dan geen € 500.000 maar € 850.000 (€ 500.000 + € 350.000).
Bij het inventariseren van jouw schulden moet je letten op alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. Ook de indirecte schulden tellen mee.
Kan de dga en/of zijn fiscale partner alleen een externe financiering krijgen als de bv borg staat? Dan telt deze lening ook mee voor de vraag of de schulden op 31 december 2026 boven de € 500.000 uitkomen. Kan de dga en/of zijn fiscale partner wel een externe financiering krijgen zonder borg, maar zorgt borgstelling door de bv voor betere voorwaarden, dan telt de lening niet mee.
Overleg met onze adviseurs of in jouw situatie mogelijk civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen aanwezig zijn en hoe u om moet gaan met borgstelling door de bv.
Hebben jouw bloed- of aanverwanten in de rechte lijn schulden aan jouw bv, dan moet je deze schulden bij jezelf meetellen voor het deel van hun schulden dat boven de € 500.000 uitkomt.
Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enzovoort en ouder, grootouder en overgrootouders enzovoort van jouw en/of jouw fiscale partner.
Voorbeeld
Heb bijvoorbeeld jouw kind in 2026 € 400.000 geleend van jouw bv, dan hoef je niets mee te tellen. Bedraagt de schuld van jouw kind aan jouw bv op 31 december 2026 echter € 600.000, dan tel je € 100.000 mee voor de beoordeling of je boven de drempel van € 500.000 komt. Heb je zelf in 2026 € 450.000 bij jouw bv geleend, dan betekent dit dus dat je over 2026 over € 50.000 belasting moet betalen (€ 450.000 + € 100.000 -/- € 500.000).
Dit geldt niet als jouw bloed- of aanverwant zelf een aanmerkelijk belang hebt in jouw bv. Jouw bloed- of aanverwant moet dan zelf beoordelen in hoeverre de wet op hem/haar van toepassing is. Voor jouw beoordeling telt de schuld van jouw bloed- of aanverwant dan niet mee.
Voorbeeld
Heb jouw kind uit het vorige voorbeeld een aanmerkelijk belang in jouw bv, dan telt de € 100.000 niet bij jou mee. Je betaalt dan dus geen belasting. Jouw kind moet echter over € 100.000 (€ 600.000 -/- € 500.000) belasting betalen.
Voor eigenwoningschulden geldt een uitzondering. Deze tellen niet mee voor de beoordeling of je op 31 december 2026 schulden hebt aan jouw bv(’s) boven € 500.000. Het moet hierbij echter wel gaan om een schuld die voldoet aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting. Bovendien moet een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv.
Is geen hypotheek verstrekt, dan telt de lening wel mee. Dat geldt ook als wel hypotheek verstrekt is, maar de lening niet voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Is wel hypotheek verstrekt, maar is het inschrijvingsbedrag van die hypotheekverstrekking lager dan de lening? Dan telt het deel van de lening boven dit inschrijvingsbedrag ook mee.
Bestond jouw eigenwoningschuld aan de bv op 31 december 2022 al, dan geldt de voorwaarde dat hypotheek verstrekt moet zijn, niet. Deze schulden hoeven dus alleen aan de wettelijke bepalingen te voldoen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting.
Voorbeeld
Je hebt op 31 december 2026 een schuld bij jouw bv van € 500.000 die je hebt gebruikt voor aanschaf van jouw eigen woning. Daarnaast heb je in 2026 nog € 500.000 bij jouw bv geleend voor andere zaken. De lening voor jouw eigen woning voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Je hebt echter geen hypotheek verstrekt voor deze schuld aan jouw bv. Als deze schuld aan de bv op 31 december 2022 al bestond, heb je geen last van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. De eigenwoningschuld telt namelijk niet mee voor de beoordeling en de andere lening is niet hoger dan € 500.000. Als de schuld na 31 december 2022 is verstrekt, moet je over 2026 over een bedrag van € 500.000 belasting betalen (€ 500.000 + € 500.000 -/- € 500.000). De lening voor de eigen woning telt dan namelijk wel mee.
De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt ook voor schulden van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Zijn dit eigenwoningschulden die voldoen aan de hiervoor beschreven voorwaarden, dan tellen deze schulden dus niet bij je mee.
Op 31 december 2026 wordt voor het jaar 2026 gepeild of jouw schulden hoger zijn dan € 500.000 of niet. Dit uiteraard met inachtneming van alle regels die hiervoor gelden en die we hiervoor (deels) beschreven. Zijn jouw schulden op dit moment hoger dan € 500.000 en was dat in 2025 nog niet het geval, dan heb je dus tot die tijd om in actie komen. Overleg met onze adviseurs wat je eventueel nog kunt doen.
Voor de beoordeling van de grens van € 500.000 mag je vorderingen die je hebt op jouw bv(’s) niet salderen met schulden die je hebt aan jouw bv(’s). Mogelijk kan het daarom verstandig zijn om vóór 31 december 2026 deze vorderingen en schulden officieel met elkaar te verrekenen. Overleg daarover met een van onze adviseurs.
Je bent over het surplus boven de € 500.000 belasting (of de hogere drempel die ontstaan is door betaalde belasting over excessief lenen in 2023, 2024 of 2025) verschuldigd in box 2. In 2026 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partner het dubbele bedrag) ben je 24,5% verschuldigd, over het meerdere 31%.
Heb je in 2023,2024 of 2025 over het deel van jouw schulden boven de drempel van € 500.000 belasting betaald, dan wordt de drempel van € 500.000 met dit deel van jouw schulden verhoogd. Dit voorkomt dat je elk jaar opnieuw over het surplus boven de drempel moet afrekenen. Hetzelfde systeem geldt als jij in 2026 belasting betaalt over het deel van jouw schulden boven de drempel van € 500.000 (of al hogere drempel).
Een latere aflossing op deze schulden leidt dan tot een negatief inkomen in box 2. Dit negatieve inkomen wordt verrekend met andere positieve inkomsten in box 2 in dat jaar of leidt tot een verlies in box 2. Dit verlies kan vervolgens verrekend worden met box 2-inkomen van het voorafgaande jaar of met box 2-inkomen van de zes opvolgende jaren.
Voorbeeld
Je hebt een aanmerkelijk belang in een bv en op 31 december 2025 een schuld van € 850.000 aan deze bv. Deze schuld is in 2025 ontstaan. Je moet in 2025 belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In jouw aangifte inkomstenbelasting 2025 ben je hierover € 104.092 (24,5% over € 67.804 plus 31% over € 282.196) belasting verschuldigd. Als je in 2026 € 350.000 aflost op de schuld (en er in dat jaar geen ander inkomen uit box 2 is), ontstaat een verlies in box 2 van € 350.000. Dit verlies kun je volledig verrekenen met de winst uit 2025, waardoor de in 2025 betaalde belasting van € 104.092 wordt teruggegeven. De schuld bedraagt na de aflossing € 500.000 gelijk aan de drempel op 31 december 2026.
Wil je meer weten over de gevolgen van een latere aflossing in jouw situatie, bespreek dit dan met onze adviseurs.
Bedragen de schulden minder dan € 500.000, dan kunt u nog steeds een risico lopen op belastingheffing, als de Belastingdienst meent dat sprake is van een verkapte dividenduitkering. De Belastingdienst moet dit wel aannemelijk kunnen maken. Zorg daarom dat jouw leningen altijd schriftelijk in een overeenkomst met zakelijke voorwaarden zijn vastgelegd. De bewijspositie van de Belastingdienst wordt dan een stuk lastiger.
Als jouw bv wordt geconfronteerd met de gevolgen van deze wet en dus belasting moet betalen over het surplus boven € 500.000, dan heeft dat alleen fiscale gevolgen. Met andere woorden: de schuld blijft wel gewoon bestaan. Je mag de schuld ook in jouw aangifte inkomstenbelasting blijven opvoeren.
De Wet excessief lenen kan ook in 2026 weer voor een ongewenste afrekening op 31 december 2026 zorgen. Heb je, jouw partner of met jou verbonden personen schulden aan jouw bv? Overleg dan met onze adviseurs welke gevolgen de wet en de verlaging van de drempel voor jou kunnen hebben.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.