Omnyacc

11 juli 2025

Geen instemming OR voor nieuwe thuiswerkregeling

Sinds corona is het gebruikelijker geworden dat werknemers deels thuiswerken. Werkgevers hebben hiervoor vaak een aparte thuiswerkregeling gemaakt. Zo’n regeling wijzigt de arbeidsomstandigheden en vereist instemming van de ondernemingsraad (OR). Maar wat gebeurt er als een werkgever een nieuwe regeling opstelt waarin werknemers maximaal 2 dagen thuis mogen werken en de OR daar niet mee instemt?

Nieuwe thuiswerkregeling: vaker naar kantoor

Deze vraag stond centraal in een procedure bij de kantonrechter, waarbij het bedrijf vervangende instemming had gevraagd aan de kantonrechter. Als argumentatie had het bedrijf aangevoerd dat de medewerkers als gevolg van het thuiswerken minder betrokken waren en dat het slecht was voor de ‘productiviteit, creativiteit en de sociale cohesie’. Daarnaast wees het bedrijf er op dat het belangrijk was dat het beleid in Nederland paste bij de regels van het internationale hoofdkantoor.

Argumenten OR

De OR daarentegen had niet ingestemd met als argumentatie dat de werknemers extra reiskosten moesten maken, de werk/privé balans zou afnemen en het onduidelijk was of er voldoende werkplekken op kantoor zouden zijn. De huidige regeling waarbij er maximaal 2 dagen op kantoor moet worden gewerkt, werkte naar ieders tevredenheid.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter dient zich bij de beoordeling van de (on)redelijkheid van de wijze waarop de OR van zijn instemmingsrecht gebruik heeft gemaakt terughoudend op te stellen vanwege de aard van het instemmingsrecht.

Mede vanwege de zeer algemene en summiere onderbouwing van de argumenten van de werkgever, was de kantonrechter van oordeel dat de argumenten van de werkgever daarmee niet redelijker waren dan die van de OR. Het onthouden van de instemming door de OR was dan ook niet onredelijk.

Ook het verzoek om vervangende toestemming te verlenen omdat het besluit nodig was vanwege zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen, werd afgewezen. De werkgever had weinig meer gesteld dan dat zij het beleid van het internationale hoofdkantoor diende te volgen en dat zij daar een zwaarwegend belang bij had. Dat op zichzelf was echter onvoldoende. Van nadelige consequenties als de werkgever dat beleid niet zou volgen was niet gebleken.

De kantonrechter maakte een belangenafweging en oordeelde het niet onredelijk te vinden dat de OR geen toestemming had verleend.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Uitzendkracht krijgt na zeven jaar recht op vast dienstverband
Een Poolse uitzendkracht die ruim zeven jaar via een uitzendbureau voor Albert Heijn werkte, heeft met succes een vast dienstverband bij de supermarktketen geclaimd. De rechter stelde hem daarbij in het gelijk.
Lees verder
arrow right
Belastingvrije reiskostenvergoeding stijgt naar € 0,25 per kilometer vanaf 2026
Vanaf 22 mei 2026 is het mogelijk om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 uit te gaan van een belastingvrije reiskostenvergoeding van € 0,25 per kilometer. Wat betekent deze wijziging voor werkgevers, werknemers, ondernemers, vrijwilligers en particulieren?
Lees verder
arrow right
Uitleners verantwoordelijk voor juiste BRP-inschrijving arbeidsmigranten
Op 22 mei 2026 is een internetconsultatie gestart over de zorgplicht van uitleners om arbeidsmigranten correct in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze verplichting gaat vanaf 2027 gelden voor uitleners, waaronder uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven.
Lees verder
arrow right