Ook voor particulieren verandert er de komende jaren het nodige op fiscaal gebied. Zo verdwijnen vanaf 2028 bepaalde belastingvoordelen, verandert de inkomensafhankelijke combinatiekorting en blijft de toekomst van het box 3-stelsel voorlopig onzeker. Daarnaast worden regels rondom schenk- en erfbelasting en de digitale communicatie met de Belastingdienst aangepast. In dit overzicht zetten we de belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten voor je op een rij.
Maak je weleens gebruik van de aftrek voor specifieke zorgkosten? Op dit moment zijn bepaalde niet-vergoede zorgkosten aftrekbaar zodra ze boven een inkomensafhankelijke drempel uitkomen, al telt niet elke zorguitgave daarvoor mee. Die aftrek verdwijnt vanaf 1 januari 2028, en daarmee ook de bijbehorende tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ-regeling). Het wetsvoorstel bevat geen overgangsrecht.
Ontvang je na 1 januari 2028 een teruggave of nagekomen betaling voor zorgkosten die je vóór die datum hebt afgetrokken? Dan leidt dit niet meer tot een negatieve persoonsgebonden aftrek.
Heb je structureel hoge zorgkosten die je niet vergoed krijgt? Dan kun je vanaf 2028 een belastingvoordeel verliezen. Ook kan je verzamelinkomen stijgen doordat de aftrek vervalt. Dit kan gevolgen hebben voor toeslagen en inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Hoe groot het effect is, verschilt per huishouden. Dit hangt onder meer af van de inkomensafhankelijke drempel en de zorgkosten die je nu mag aftrekken.
Heb je jaarlijks (hoge) zorgkosten? Breng je terugkerende aftrekbare zorgkosten tijdig in kaart. Zo krijg je inzicht in het belastingvoordeel dat vanaf 2028 mogelijk vervalt.
De algemene heffingskorting verlaagt je inkomstenbelasting. De hoogte is afhankelijk van je inkomen. Heb je een minstverdienende partner? Dan is de uitbetaling van deze korting op dit moment sterk beperkt.
Vanaf 1 januari 2028 kan dit veranderen. Een deel van de algemene heffingskorting kan dan mogelijk weer worden uitbetaald aan bepaalde minstverdienende partners. Dit geldt voor partners die op of na 1 januari 1963 zijn geboren. De precieze voorwaarden en invoeringsdatum moeten nog worden bepaald.
Heb je samen met je partner voornamelijk één inkomen? Dan kan deze gedeeltelijke uitbetaling je netto-inkomen verbeteren. Hoeveel dit oplevert, hangt af van je inkomen en dat van je partner. Ook de definitieve voorwaarden spelen hierin mee.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) ondersteunt werkende ouders met jonge kinderen. De hoogte hangt af van je arbeidsinkomen en je gezinssituatie. Door eerder vastgelegde wetgeving wordt deze korting afgebouwd. Heb je een kind dat op of na 1 januari 2025 is geboren? Dan is de IACK niet meer van toepassing.
Is je kind vóór die datum geboren? Dan daalt het maximale bedrag van € 3.032 in 2026 naar € 2.918 in 2027. De wettelijke inflatiecorrectie wordt in 2027 bovendien slechts gedeeltelijk toegepast. De gevolgen hangen onder meer af van je arbeidsinkomen, het geboortejaar van je kind en je gezinssituatie.
Beleg je in erkende groene fondsen? Dan heb je nu een vrijstelling in box 3. Ook heb je recht op een heffingskorting. Beide voordelen worden afgebouwd.
De vrijstelling wordt per 1 januari 2027 fors verlaagd. Per 1 januari 2028 vervalt de vrijstelling volledig. De heffingskorting verdwijnt eveneens per 1 januari 2028. Hierdoor neemt het fiscale voordeel van groene beleggingen in 2027 sterk af. Vanaf 2028 is dit voordeel volledig verdwenen.
Beoordeel je groene beleggingen en financieringsmogelijkheden tijdig opnieuw. Vanaf 2028 zijn rendement, risico, looptijd en duurzaamheid bepalend, omdat het belastingvoordeel dan volledig is verdwenen. Houd er rekening mee dat de belangstelling van beleggers voor groene fondsen hierdoor kan afnemen.
Box 3 belast je privévermogen zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. Het huidige stelsel werkt grotendeels met forfaitaire rendementen. Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.
De behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voorlopig stilgezet. Hierdoor is onzeker of het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2028 ingaat. Het kabinet onderzoekt onder meer of een vermogenswinstbelasting een beter alternatief is dan een vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogenswinstbelasting betaal je pas belasting over de waardestijging bij bijvoorbeeld verkoop. Bij een vermogensaanwasbelasting telt ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks mee.
Zolang deze onzekerheid blijft bestaan, geldt het huidige stelsel. De forfaitaire berekening en de tegenbewijsregeling zijn dan leidend. Een goede administratie van inkomsten, kosten en waardeveranderingen blijft daarom belangrijk.
Zorg voor een complete administratie van je box 3-vermogen. Leg per vermogensbestanddeel de ontvangen rente, het ontvangen dividend, de huurinkomsten, gemaakte kosten en waardeveranderingen vast. Daarmee kun je je werkelijke rendement onderbouwen als dit in de toekomst relevant blijkt voor de belastingheffing.
Voor de schenk- en erfbelasting gelden vaste rekenregels voor rente en levensverwachting. Deze forfaits bepalen onder meer de fiscale waarde van vruchtgebruik en periodieke uitkeringen.
Deze rekenregels worden gemoderniseerd. Daardoor kan de fiscale waarde van bijvoorbeeld vruchtgebruik en periodieke uitkeringen veranderen. Een wetsvoorstel volgt naar verwachting in 2027.
Nieuwe forfaits kunnen daardoor invloed hebben op de schenk- en erfbelasting bij vermogensoverdrachten binnen families.
De Belastingdienst krijgt voor 2027 een tijdelijke uitzondering op de informatie die in notificaties bij bepaalde digitale berichten over de inkomstenbelasting moet staan. Het gaat om informatie over de aard van het bericht, de rechtsgevolgen en de termijn waarbinnen je actie moet ondernemen.
De uitzondering geldt voor de uitnodiging tot aangifte, de voorlopige aanslag en de aanslag inkomstenbelasting buiten de winstsfeer. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2028.
Voor bepaalde berichten aan de Dienst Toeslagen kan de elektronische weg tijdelijk worden uitgezonderd. Deze mogelijkheid vervalt per 1 januari 2030. De bestaande communicatiekanalen blijven beschikbaar.
Open en controleer altijd het volledige digitale bericht. Houd daarnaast zelf je aangifte-, betaal- en bezwaartermijnen bij.