Omnyacc

03-04-2025

Ondernemerschap als volwaardig criterium bij beoordeling schijnzelfstandigheid

In het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, VBAR, is de WZOP-toets geïntroduceerd, een nieuw beoordelingskader voor arbeidsrelaties. Extern ondernemerschap gaat in deze toets volwaardig meewegen.

Wetsvoorstel VBAR

De Wet VBAR moet duidelijkheid gaan bieden over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit om een situatie van schijnzelfstandigheid tussen een werknemer en werkgever te voorkomen.

Alle gezichtspunten zijn even belangrijk

Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Uber, waarin de Hoge Raad (in reactie op prejudiciële vragen die hierover zijn gesteld) heeft geoordeeld dat alle gezichtspunten zoals zijn weergegeven in het Deliveroo-arrest even belangrijk zijn, gaat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel aanpassen.

WZOP-toets

De WZOP-toets verduidelijkt het gezagscriterium bij arbeidsrelaties.

De toets bestaat uit drie elementen:

Werknemer (W): dit element richt zich op signalen van werknemerschap, zoals werkinhoudelijke en organisatorische aansturing door de opdrachtgever. De ‘kernactiviteit’ van de organisatie is uit de beoordeling gehaald om een evenwichtige afweging tussen werknemerschap en zelfstandigheid te maken. Zelfstandige (Z): hierbij wordt gekeken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap, zoals het dragen van eigen risico en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de werkzaamheden. Ondernemerschap (OP): dit element kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers en het zelfstandig werven van opdrachten. In de Wet VBAR werd het laatste punt, het extern ondernemerschap, in eerste instantie pas meegenomen nadat de balans tussen werknemerschap en zelfstandigheid was beoordeeld. Het extern ondernemerschap gaat nu volwaardig meewegen, naast de aansturing in het werk en het werken voor eigen risico.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Minimumjeugdloon stijgt vanaf 2027
Het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar wordt per 1 januari 2027 verhoogd. Daarnaast krijgen werknemers van 18 tot en met 20 jaar in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vanaf dat moment recht op hetzelfde minimumjeugdloon als leeftijdsgenoten buiten de bbl.
Lees verder
arrow right
Tweede Kamer stemt in met wet Meer zekerheid voor flexwerkers
De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers, dat flexwerkers beter moet beschermen en hun positie moet versterken.
Lees verder
arrow right
Voordelen loonkosten 2026
Werkgevers kunnen onder voorwaarden een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangen voor bepaalde groepen werknemers die moeilijker aan werk komen. Deze regeling is opgenomen in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Vanaf 2026 bestaat binnen de Wtl alleen nog het loonkostenvoordeel. In deze advieswijzer bespreken we daarnaast ook enkele andere regelingen en voordelen.
Lees verder
arrow right