Omnyacc

03-04-2025

Ondernemerschap als volwaardig criterium bij beoordeling schijnzelfstandigheid

In het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, VBAR, is de WZOP-toets geïntroduceerd, een nieuw beoordelingskader voor arbeidsrelaties. Extern ondernemerschap gaat in deze toets volwaardig meewegen.

Wetsvoorstel VBAR

De Wet VBAR moet duidelijkheid gaan bieden over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit om een situatie van schijnzelfstandigheid tussen een werknemer en werkgever te voorkomen.

Alle gezichtspunten zijn even belangrijk

Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Uber, waarin de Hoge Raad (in reactie op prejudiciële vragen die hierover zijn gesteld) heeft geoordeeld dat alle gezichtspunten zoals zijn weergegeven in het Deliveroo-arrest even belangrijk zijn, gaat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel aanpassen.

WZOP-toets

De WZOP-toets verduidelijkt het gezagscriterium bij arbeidsrelaties.

De toets bestaat uit drie elementen:

Werknemer (W): dit element richt zich op signalen van werknemerschap, zoals werkinhoudelijke en organisatorische aansturing door de opdrachtgever. De ‘kernactiviteit’ van de organisatie is uit de beoordeling gehaald om een evenwichtige afweging tussen werknemerschap en zelfstandigheid te maken. Zelfstandige (Z): hierbij wordt gekeken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap, zoals het dragen van eigen risico en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de werkzaamheden. Ondernemerschap (OP): dit element kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers en het zelfstandig werven van opdrachten. In de Wet VBAR werd het laatste punt, het extern ondernemerschap, in eerste instantie pas meegenomen nadat de balans tussen werknemerschap en zelfstandigheid was beoordeeld. Het extern ondernemerschap gaat nu volwaardig meewegen, naast de aansturing in het werk en het werken voor eigen risico.

Speciaal voor jou

UITGELICHT

Uitzendkracht krijgt na zeven jaar recht op vast dienstverband
Een Poolse uitzendkracht die ruim zeven jaar via een uitzendbureau voor Albert Heijn werkte, heeft met succes een vast dienstverband bij de supermarktketen geclaimd. De rechter stelde hem daarbij in het gelijk.
Lees verder
arrow right
UWV krijgt geen extra tijd bij te late beslissing
Rechtbank Den Haag geeft het UWV geen langere termijn dan negen weken om een besluit te nemen na een beroep wegens het uitblijven van een beslissing waarvoor medisch advies van een verzekeringsarts nodig is. Hoe onderbouwde de rechtbank deze uitspraak?
Lees verder
arrow right
Controleer je recht op LKV 2025 bij overgang van een onderneming
De Belastingdienst houdt in de beschikkingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2025 niet altijd op de juiste manier rekening met de overgang van een onderneming. Controleer daarom tijdig de beschikking die tussen begin juni en eind juli 2026 wordt verstuurd en maak indien nodig binnen de termijn bezwaar.
Lees verder
arrow right